In het geval van buitenlandse beleggingen kan het gebeuren dat de erfgenamen geen weet hebben van deze beleggingen. Deze activa zullen dan niet aangegeven zijn in de oorspronkelijke aangifte van nalatenschap. De buitenlandse bank of verzekeringsmaatschappij is mogelijks niet op de hoogte van het overlijden. Ook de Belgische belastingdienst is onbekend met deze buitenlandse belegging als er geen fiscale rapporteringsverplichting bestaat of als deze niet wordt nageleefd.

Wanneer Belgische rijksinwoners overlijden, moeten hun erfgenamen erfbelasting betalen in België over de wereldwijde erfenis. De woonplaats van de erfgenamen speelt hierbij geen rol. Zij moeten de wereldwijde erfenis in België aangeven.
Zo kan het gebeuren dat goederen jarenlang onder de radar blijven. Hoe zit het dan met de erfbelasting op die goederen als ze toch boven water komen?

Situatie 1: de overledene woonde in het Vlaams Gewest

De verjaringstermijn gaat in vanaf het einde van de termijn voor het indienen van de aangifte van nalatenschap bij de Vlaamse belastingdienst. Deze aangiftetermijn is 4 maanden vanaf het overlijden indien het overlijden in België plaatsvond. Vond het overlijden plaats in een land van de EU, IJsland, Liechtenstein of Noorwegen (dit is de EER), dan is de aangiftetermijn 5 maanden. Bij een overlijden buiten de EER geldt een termijn van 6 maanden, telkens gerekend vanaf het overlijden.
Vlaamse erfbelastingen verjaren in principe na 5 jaar. Zolang de erfbelastingen niet zijn verjaard moet een aangifte gebeuren.

In het voorbeeld hierboven is er sprake van verjaring na 5 jaar en (maximaal) 6 maanden vanaf het overlijden. In het geval van bedrieglijk verzuim komt daar 4 jaar bovenop, wat de verjaringstermijn op 9 jaar en 6 maanden brengt vanaf het overlijden. Het is de Vlaamse belastingdienst die het bedrieglijk karakter van de niet-aangifte moet aantonen.

Let op: er zijn omstandigheden die de verjaringstermijn kunnen stuiten, dat wil zeggen dat een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen. Ook zijn er omstandigheden die de verjaringstermijn kunnen schorsen. Zo zal een bevel tot betaling vanwege de belastingdienst of een dagvaarding een nieuwe verjaringstermijn doen lopen en is de verjaring geschorst tijdens een procedure voor de rechtbank.[1] Er dient dus telkens in elk afzonderlijk dossier te worden nagegaan of de verjaring is ingetreden.

[1] Ik laat de overgangsbepalingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit naar aanleiding van de nieuwe (sinds 1 januari 2015) Vlaamse verjaringsregels onbesproken.


Situatie 2: De overledene woonde in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of Waals Gewest

Zolang de erfbelastingen (hier spreekt men nog over successierechten) niet verjaard zijn is een aangifte verplicht. Ook in Brussel en Wallonië is de aangiftetermijn 4, 5 of 6 maanden vanaf het overlijden al naargelang (zie hierboven). De verjaringstermijn voor de erfbelastingen is echter verschillend en bedraagt 10 jaar vanaf het einde van de aangiftetermijn. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen de onwetendheid van de erfgenamen of een eventueel bedrieglijk verzuim. Zo komt de verjaringstermijn op 10 jaar en (maximaal) 6 maanden vanaf het overlijden. Ook hier kan sprake zijn van redenen van stuiting of schorsing van de verjaringstermijn.

Wanneer is een nieuwe aangifte van nalatenschap noodzakelijk?
U moet volgens de wet een nieuwe aangifte van nalatenschap indienen als er sprake is van bepaalde (gewijzigde) omstandigheden. In het licht van het voorbeeld hierboven (er zijn nog diverse andere gronden en deze verschillen bovendien enigszins van gewest tot gewest), geldt in elk gewest dat een nieuwe aangifte van nalatenschap noodzakelijk is als de activa vermeerderen ná overlijden:

  • door het intreden van een voorwaarde of van elk ander voorval (zoals een terugbetaling van belastingen van de overledene bijv.);
  • door de erkenning van het eigendomsrecht van de overledene op goederen in bezit van iemand anders;
  • door de oplossing van een geschil.

Dezelfde aangiftetermijnen als hoger vermeld zijn van toepassing, in zeer algemene termen vanaf de gewijzigde omstandigheden.

Als we dit toepassen op de onbekend gebleven activa:
Als het niet gaat om door de wet voorziene gewijzigde omstandigheden én als de verjaring is ingetreden, kan er geen erfbelasting meer worden geheven. In zo’n geval moet u dus geen nieuwe aangifte doen.

Mogelijk verbaast u dit, maar als u toch spontaan een aangifte van nalatenschap doet omdat u niet op de hoogte bent dat de erfbelastingen onbetwistbaar verjaard zouden zijn, zal de belastingdienst u hiervan mogelijk niet op de hoogte brengen. In dat geval mag u zich verwachten aan een betalingsuitnodiging voor de successierechten met daarbovenop boetes en intresten vanaf de dag van het overlijden.
In bepaalde omstandigheden (in het bijzonder tussen personen zonder verwantschap of met een verre verwantschap met de overledene) en ondanks uw goede trouw, kan dit leiden tot een belastingfactuur die veel hoger is dan het brutobedrag dat u hebt verkregen uit de onbekende activa. Vraag dus tijdig advies!

Dit artikel is louter informatief en is dus geen advies. Voor advies voor uw persoonlijke situatie, neemt u gerust contact op.