Industriële en commerciële ondernemingen beschikken vaak over machines en installaties waarover ze onroerende voorheffing moeten betalen, dit is een jaarlijkse belasting over zogenaamd materieel en outillage (mat & out). De onroerende voorheffing is een gewestbelasting, maar de berekeningsbasis ervan is het kadastraal inkomen dat wordt vastgesteld door de federale Patrimoniumdocumentatie, vroeger bekend als het kadaster. De opbrengst van de onroerende voorheffing komt grotendeels toe aan de gemeenten voor wie dit een belangrijke inkomstenbron is.

De belasting op machines en installaties wordt door ondernemers gezien als een archaïsche belasting die investeringen in nieuwe installaties ontmoedigt. Daarom voeren de regionale overheden een beleid om de onroerende voorheffing bij investeringen in machines en installaties te neutraliseren.

Voor het Vlaams Gewest komt de neutralisatie neer op het volgende:

  • Voor mat & out is er in de feiten geen jaarlijkse indexatie van het kadastraal inkomen;
  • Een neutralisering van het gedeelte van de onroerende voorheffing dat aan het Vlaams Gewest toekomt door een automatische vermindering (via een belastingkrediet) voor rechtspersonen;
  • Er is een vrijstelling van het kadastraal inkomen zowel van nieuwe investeringen als van vervangingsinvesteringen in machines of installaties (op vraag van de belastingschuldige); en
  • Voor investeringen in machines en installaties in de periode 2014 tot eind 2019 wordt bovendien (eveneens op vraag) het kadastraal inkomen van de bestaande machines en installaties verminderd met het kadastraal inkomen van de nieuwe (vrijgestelde) investering; hierdoor genieten ook oude installaties van een vermindering in de mate er nieuwe investeringen tegenover staan.

De Vlaamse decreetgever legt hierbij een verband met het energiebeleid (art. 2.1.6.0.1, vijfde lid Vlaamse Codex Fiscaliteit – VCF).

Die laatste maatregel (nl. de vermindering voor oude machines en installaties) is tijdelijk en vervalt zonder ingrijpen van de Vlaamse decreetgever eind 2019. De reden voor het tijdelijke karakter kan waarschijnlijk worden gevonden bij de wil om de impact op de gemeentelijke ontvangsten te evalueren. Los van deze bekommernis zijn er goede redenen om het bestaande beleid verder te zetten en aldus nieuwe investeringen in machines en installaties te blijven aanmoedigen.

Dat de maatregel nu nog niet werd verlengd leidt uiteraard tot rechtsonzekerheid en vragen bij ondernemingen met oudere installaties. Zij weten niet of hun investeringen in nieuwe machines en installaties na 2019 nog tot een belastingvermindering op hun oude machines en installaties aanleiding zal geven.

Daarboven komen in de praktijk nog andere toepassingsvragen: ondernemingen zijn vaak gevestigd op meerdere kadastrale percelen (de kadastrale indeling is immers historisch). Hoe zit het dan met de vermindering van de onroerende voorheffing op mat & out? Verder stellen zich ook problemen bij de overdracht van de machines en installaties.

Vooralsnog is deze rechtsonzekerheid nog niet van de baan.

Voor vragen of meer informatie kan u met ons contact opnemen: info@advocaatballegeer.be