Op 26 februari 2021 trad een nieuwe jaarlijkse belasting op effectenrekeningen in werking. De toepassing ervan is niet afhankelijk van de persoon die de rekening houdt.
Voor de TER zijn effectenrekeningen rekeningen waarop financiële instrumenten (van welke aard dan ook) kunnen worden gecrediteerd of gedebiteerd, ongeacht of de effectenrekening wordt aangehouden in onverdeelde eigendom of in gesplitste eigendom (blote eigendom / vruchtgebruik). Dit laatste wordt gezien als een zaak van partijen.

Rijksinwoners en niet-inwoners

Voor Belgische rijksinwoners is de TER van toepassing op hun wereldwijde effectenrekeningen. Rijksinwoners zijn onder meer natuurlijke personen, binnenlandse rechtspersonen belastbaar in de vennootschapsbelasting (vennootschappen), binnenlandse rechtspersonen zonder winstgevende activiteiten belastbaar in de rechtspersonenbelasting (zoals een vzw – asbl – VoG, een stichting, … ) en natuurlijke personen of rechtspersonen (belastbaar in de rechtspersonenbelasting) die de oprichters zijn van juridische constructie voor de kaaimantaks.

Met betrekking tot niet-inwoners, zowel natuurlijke personen, vennootschappen als rechtspersonen die belastbaar zijn in de belasting van niet-inwoners, is de TER van toepassing op de volgende effectenrekeningen:

•       Belgische effectenrekeningen, d.w.z. effectenrekeningen aangehouden door een Belgische tussenpersoon

•       Effectenrekeningen van een Belgische vestiging (‘Belgische inrichting’) van een niet-inwoner, ongeacht waar de tussenpersoon is gevestigd

De belastbare financiële instrumenten omvatten de geldmiddelen op de effectenrekening. De belastbare basis is de gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten tijdens de referentieperiode. De belasting moet worden betaald als de gemiddelde waarde hoger is dan 1 miljoen EUR (de drempel).

Jaarlijkse referentieperiode

De jaarlijkse referentieperiode is de periode van 1 oktober tot en met 30 september. Sinds de TER in 2021 in werking trad, startte de eerste referentieperiode op de dag van de inwerkingtreding, op 26 februari 2021. Binnen een referentieperiode zijn de referentietijdstippen om de gemiddelde waarde te berekenen 31 december, 31 maart, 30 juni en 30 september.

Tarief

Het tarief van de jaarlijkse TER is 0,15 procent, hoewel er een correctiemechanisme van toepassing is om te voorkomen dat als gevolg van de betaling van de TER de belastbare grondslag onder de drempel zou dalen. Bij het openen of sluiten van een effectenrekening tijdens de referentieperiode, wordt bij de berekening van de TER rekening gehouden met de referentietijdstippen waarop de rekening bestond.

Sluiting van een effectenrekening

De sluiting van een effectenrekening omvat de situatie waarin de houder inwoner wordt van een staat waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft gesloten en waarbij dat verdrag tot gevolg heeft dat de bevoegdheid om de activa op de effectenrekening te belasten aan de andere staat toekomt.
Of in de situatie waarin de effectenrekening niet langer deel uitmaakt van de onderneming van een Belgische inrichting van een niet-inwoner, indien het gevolg is dat België niet langer bevoegd is om de activa op de effectenrekening te belasten. Een ‘sluiting’ vindt ook plaats als de rekening niet meer voldoet aan de definitie van een effectenrekening.

Antimisbruikbepalingen werden ingevoerd om louter kunstmatige regelingen om de TER te vermijden tegen te gaan. Opgemerkt moet worden dat de wet die de TER instelt ook een algemene antimisbruikregel invoert voor de andere diverse taksen dan de TER. Deze is vergelijkbaar met de algemene antimisbruikregel in de inkomstenbelastingen.

Inhouden van de belasting

De belasting moet worden ingehouden door de Belgische tussenpersonen. In die omstandigheden hoeft de inwoner of de (niet)-inwoner, houder van de effectenrekening, geen andere formaliteiten te vervullen. Buitenlandse tussenpersonen kunnen een Belgische vertegenwoordiger aanwijzen.
In andere omstandigheden hebben de genoemde personen een aangifteplicht in hun jaarlijkse belastingaangifte.